Verkoopjehorloge.com

Kopen/verkopen van exclusieve horloges en sieraden
Direct contact tussen de verkopers en klanten
U kunt eenvoudig uw eigen advertenties plaatsen

Edelstenen

Topaas

Topaas

Mineraal

Chemische formule Al2SiO4(F,OH)2
Kleur Kleurloos, bleekblauw, geel, geelbruin of rood
Streepkleur Wit
Hardheid 8 (per definitie)
Gemiddelde dichtheid 3,55 kg/dm3
Glans Glasglans
Opaciteit Doorzichtig
Breuk schelpvormig, ruw
Splijting [001] Perfect

Kristaloptiek

Kristalstelsel Orthorombisch
Brekingsindices 1,606 – 1,643
Dubbele breking + 0,008 tot + 0,016
Fluorescentie rose tot zwak bruinachtig
Luminescentie goudgeel, crèmekleurig, groen

Overige eigenschappen

Veredeling bestralen, verhitten
Bijzondere kenmerken zelden kattenoogeffect

Lijst van mineralen

Topaas is een mineraal dat als edelsteen wordt gebruikt. Het is een hydroxy– en fluor-houdend aluminiumnesosilicaat met de chemische formule AI2SiO4(OH,F)2.

Vorm

Topaas heeft een orthorombisch kristalstelsel. Het kristalliseert in een prismatische vorm met een ruitvormig grondvlak. Deze prisma’s kunnen een lengte van een meter bereiken. Als de kristalvlakken groeven hebben, wat veel voorkomt, verlopen deze met de lengterichting van het prisma mee.

Kleur

Pure topaas is transparant en kleurloos, maar door verontreinigingen kan het in veel verschillende kleuren voorkomen, vooral strogeel tot bruin, lichtblauw of roze. Veel topazen krijgen hun blauwe of roze kleur kunstmatig, door ze te verhitten.

Mystieke topaas (mystic topaz) is geen kleurvariant, maar een topaas die met een dunne filmlaag gecoat is waardoor een regenboogeffect ontstaat

Voorkomen

Saksen was in de 18de eeuw een belangrijke leverancier van (gele) topazen: deze zogenoemde Saksische diamanten werden gewonnen in het Vogtland, waar de Schneckenstein grotendeels werd afgegraven.

Topaas komt voor in de zandfractie van Nederlandse Kwartaire riviersedimenten. Het is onder andere een karakteristiek element van zanden van de Noordwest-Duitse rivieren (bijvoorbeeld voorlopers van de Wezer). In de zware-mineraalanalyse zoals dat in Nederland bij de Rijks Geologische Dienst gedurende de tweede helft van de twintigste eeuw plaats vond, wordt het mineraal ingedeeld bij de zogenoemde stabiele groep.

Geschiedenis en gebruik

De naam van de steen is te herleiden tot het Grieks. Plinius de Oudere voerde de naam terug op een legendarisch eiland Topazius in de Rode Zee, waarvan de identiteit onzeker is, evenals de precieze aard van de stenen die ervandaan kwamen. De aanduiding topaas kreeg zijn huidige betekenis pas na de middeleeuwen.

De topaas is een van de negen edelstenen in de Thaise Orde van de Negen Edelstenen. De Paus bezit een mijter, een zogenoemde mitra preciosa die met goud, topazen en parels is versierd.

 

De Mitra preciosa van de Paus, geborduurd met edelstenen (topaas) en parels

Volgens de bijbel (Openbaring 21:19-20 NBG vertaling 1951) zal het zevende fundament van de nieuwe stad Jeruzalem versierd worden met topaas.

 

Robijnen

Robijn (korund)

Robijn

Robijnkristallen (tot 2 cm groot), Tanzania.

Mineraal

Chemische formule Al2O3
Kleur Rood
Streepkleur wit
Hardheid 9
Gemiddelde dichtheid 4,01 kg/dm3
Glans Glasglans, diamantglans
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend, ondoorzichtig
Breuk klein schelpvormig, splinterig, bros
Splijting Geen

Kristaloptiek

Kristalstelsel Triklien
Brekingsindices Ne 1,760 = 1768, No 1,768 – 1,778
Dubbele breking – 0,008
Luminescentie sterk karmijnrood

Overige eigenschappen

Veredeling verhitten, bestralen, diffuse kleuring
Bijzondere kenmerken Asterisme, zelden kattenoogeffect

Lijst van mineralen

 

Robijn voor splijting. Lengte: 2 cm.

 

Geslepen robijn.

De robijn (afgeleid van het Latijnse ruber, “rood”) is een rode edelsteen, een variëteit van het mineraal korund waarin de kleur hoofdzakelijk door chroom wordt veroorzaakt. Natuurlijke robijnen zijn uitzonderlijk zeldzaam, terwijl kunstmatig vervaardigde exemplaren betrekkelijk goedkoop zijn. Naast de heldere edelsteen robijn bestaat ook de minder heldere halfedelsteen met dezelfde naam.

Geschiedenis

Deze steen wordt al sinds de oudheid gewaardeerd. De oudste schriftelijke bronnen over de winning van robijnen maken melding van groeven in Birma. Vandaar kwamen de stenen via handelswegen naar de hoven en naar de tempels van de oude Egyptenaren en Grieken. In de Middeleeuwen waren robijnen ook geliefd in Rome. Aanvankelijk werden ze bewerkt tot een ovale vorm. De zeer grote en fraaie stenen hebben ook eigen namen. De robijn werd beschouwd als de levenssteen, die het hart versterkt en kracht teruggeeft. In de oudheid en de Middeleeuwen kende men aan robijnen magische krachten toe.

In de bijbel wordt de waarde van de robijn ook onderkend, al gaat het er in sommige van die tekstgedeelten juist om dat er schatten zijn van grotere waarde: de wijsheid is kostelijker dan robijnen (Spreuken 3:15) en de waarde van een goede vrouw gaat die van robijnen in de ogen van haar echtgenoot ver te boven (Spreuken 31). Ook in Job 28 wordt robijn genoemd als één van de schatten die de mens zoekt op plaatsen waar de onschatbare en onvindbare wijsheid van de levende God niet te vinden is. Wel dient aangemerkt te worden dat datgene, wat in de Statenvertaling soms wordt geïdentificeerd als ‘robijn’, in sommige andere vertalingen onder geheel andere benamingen naar voren komt. Men dient bij deze interpretatie rekening te houden met wat in de cultuur en de tijd van het opstellen van de betreffende vertaling als waardevol aangeschreven stond.

Robijn heeft ook een mythologische betekenis.

De robijn is een van de “negen edelstenen” in de Thaise Orde van de Negen Edelstenen.

Ontstaan

Het ontstaan van robijnen heeft op een of andere wijze iets van doen met Metamorfieten, pegmatieten en edelsteenafzettingen.

Bewerking

De volgende zaken kunnen het product zijn van de bewerking van robijnen:

Vergelijkbare mineralen

Spinel, rubeliet en pyroop zijn vergelijkbaar met robijn.

Imitaties

Synthetische robijn werd voor het eerst in 1837 gemaakt door Marc Antoine Gaudin bij hoge temperaturen waarbij hij een klein beetje chroom toevoegde aan aluminium. Edelman maakte in 1847 witte saffieren door aluminium te vermengen met boorzuur. Auguste Verneuil was de eerste die robijnen op commerciële schaal kon produceren, zoals hij in 1903 aankondigde.[1]

Determinatie

Van een steen van onbekende kwaliteit kan worden vastgesteld of het robijn is door het meten van de volgende karakteristieke eigenschappen: hardheid, soortelijk gewicht, optisch en luminescentie.

Onderhoud

Door inwerking van warmte kan de kleur veranderen. Robijn kan zonder problemen gereinigd worden.

Voorkomen

Robijnen worden gedolven in Afrika, Azië en Australië. Ze worden het meest gevonden in Birma, Sri Lanka en Thailand, hoewel ze ook in Montana en South Carolina zijn gevonden. Robijnen hebben een hardheid van 9 op de hardheidsschaal van Mohs, en worden onder de natuurlijke edelstenen in hardheid slechts overtroffen door diamanten. Andere variëteiten van korund heten saffier.

Mineraal

Chemische formule Al2O3
Kleur Blauw, violet, blauwviolet, groen, geel,
Streepkleur Wit
Hardheid 9
Gemiddelde dichtheid 4,05 kg/dm3
Glans Glasglans
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend, ondoorzichtig
Breuk Schelpvormig, ruw
Splijting Geen

Kristaloptiek

Kristalstelsel Triklien
Kristalvlakken Puntvormig, tonvormig, zeszijdige pyramiden, plaatvormig
Brekingsindices Ne 1,760-1,770, No 1,768 tot 1,779
Dubbele breking 0,008 tot 0,009
Fluorescentie Geen
Luminescentie Vaak violet of oranje

Overige eigenschappen

Veredeling Verhitten, bestralen, diffuse kleuring
Bijzondere kenmerken Asterisme, zelden kattenoogeffect

Lijst van mineralen

De robijnrode halfedelstenen worden getaxeerd volgens verscheidene kenmerken zoals grootte, kleur, duidelijkheid en besnoeiing. Alle natuurlijke robijnen hebben onvolmaaktheden en alleen kunstmatige robijnen kunnen volledig vrij van onvolmaaktheden zijn. Hoe minder het aantal en minder duidelijk de onvolmaaktheden zijn, des te waardevoller de robijn is, tenzij er helemaal geen onvolmaaktheden zijn (dat wil zeggen een “perfecte” robijn). In dat geval zou het namelijk kunnen dat het een kunstmatige robijn is. Aan sommige kunstmatige robijnen zijn stoffen toegevoegd zodat zij kunnen worden geïdentificeerd als kunstmatig, maar de meeste vereisen de tussenkomst van een gespecialiseerde taxateur om de precieze waarde te bepalen.

Kunstmatige robijn

De zeer veel voorkomende Verneuil-robijn, saffier en alexanderiet zijn opvallend insluitselvrij en fysisch gelijk aan de echte stenen. Een herkenningsmethode is het zorgvuldig bekijken van de kleurzonering die ronde laagjes vertoont, zoals een grammofoonplaat.

De Verneuil-methode voor het produceren van synthetische robijn bestaat uit een waterstof-zuurstofbrander waar het vermalen Al2O3 poeder met de gewenste kleurstof, chroomoxide, doorheen valt en in de vlam smelt, deze druppel landt dan op een boule en kristalliseert daar uit. Door steeds regelmatig kleine beetjes poeder te laten vallen groeit het kristal tot omstreeks 5 centimeter hoogte. Bij afkoeling breekt de boule meestal in de lengterichting. Dit breukvlak wordt vaak als tafel van de edelsteen gebruikt. Helaas ontstaat hierdoor vaak een violettige zweem in de steen door het pleochroisme van robijn. Als de tafel haaks op het breukvlak geslepen wordt ontstaat de gewenste helderrode kleur.

Pleochroisme is het verschijnsel dat een steen in twee haaks op elkaar gepolariseerde richtingen een andere kleur geeft.

Synthetische aquamarijn, feitelijk een soort synthetische spinel, wordt ook veelvuldig op deze wijze geproduceerd.

Saffieren

Saffier

De saffier (Hebreeuws: ספּיר of Sapir) is een kostbare edelsteen. Het is een transparant korund. Blauwe stenen van goede kwaliteit worden over het algemeen geclassificeerd als een van de meest waardevolle edelstenen. De blauwe kleur is te wijten aan “vervuilende” ijzerpartikels die aanwezig zijn in het korund.

Inhoud

Geschiedenis

Saffieren zijn al sinds mensenheugenis geliefde edelstenen, vanwege hun grote schoonheid en hun buitengewone eigenschappen. In het verleden werden alle blauwe stenen “saffier” genoemd. Pas in het begin van de 19de eeuw werden ze samen met robijnen als zelfstandige edelstenen binnen de korundgroep beschouwd. Saffieren worden buitengewone eigenschappen toegeschreven. De saffier verleent zijn eigenaar kracht, eer en onsterfelijkheid. Hij was het symbool voor rijkdom en voorkwam tweespalt en smart.

De saffier is een van de “negen edelstenen” in de Thaise Orde van de Negen Edelstenen.

Ontstaan

Metamorfieten, pegmatieten, basische basalten, edelsteenafzettingen enz.

Voorkomen

 

Ruwe blauwe saffier uit Sri Lanka

Saffieren en leucosaffieren worden al sinds de vroegste oudheid gevonden op het eiland Sri Lanka. Deze vindplaatsen strekken zich uit over een oppervlak van ongeveer 2000 km². Soms worden ook grote stenen gevonden, maar deze zijn niet altijd van edelsteenkwaliteit. De grootste saffier heeft naar men beweert een gewicht van 20 kg. In het jaar 1974 werden hier saffieren gevonden van 144 en 300 karaat. Saffieren worden voornamelijk gevonden in Thailand, India, Sri Lanka, de Volksrepubliek China (Shandong), Madagaskar (met name rond Ilakaka), Oost-Afrika en Myanmar, maar ook in Australië en in de Verenigde Staten (in Montana). De saffieren uit Kasjmir zijn korenbloemblauw en worden het hoogst getaxeerd. De soorten uit Sri Lanka zijn bleker; die uit Montana hebben een metaalglans; en de Australische saffieren hebben een donkerblauwe schaduw hetgeen ze een bijna zwart uiterlijk geeft. Net als robijnen van gelijkaardige structuur tonen sommige saffieren een zeskantige ster wanneer gesneden in een cabochon (ronde vorm) en blootgesteld worden aan direct zonlicht. Dergelijke stersaffieren worden gewoonlijk gevonden in Sri Lanka. Synthetische saffieren worden gemaakt door de fusie van aluminiumoxide met titaandioxide dat als kleurende stof wordt toegevoegd. Ook korund van edelsteenkwaliteit met een kleur anders dan rood of blauw, geeft men de naam saffier. Zo bestaan er naast blauwe saffieren ook kleurloze saffieren (leukosaffier) en gele, roze, violette en groene saffieren. Daarnaast bestaan er ook meerkleurige saffieren. Anders gekleurde saffieren zijn meestal minder waard dan de blauwe saffieren. Een uitzondering is de oranje-roze saffier (Padparadja), die erg zeldzaam en dus kostbaar is.

Bewerking

Facetslijpsel, cabochons, gesneden stenen.

Vergelijkbare mineralen

Spinel, cordieriet, zoisiet, indigoliet, benitoiet, topaas, kyaniet, zirkoon en tanzaniet.

Kunstmatig gemaakt saffier

Door aluminiumoxide te smelten en daarna gedurende twee weken langzaam te laten afkoelen vindt kristallisatie plaats rondom een kristallisatiestaaf en ontstaat een groot blok van kleurloos saffier.

Imitaties

Synthetische korund, doubletten en glas.

 

Onderhoud

Door hitte kan de kleur achteruitgaan; reinigen kan zonder probleem.

PARELS

Tahiti parels

Men kan stellen dat als men over parels spreekt, men het over gekweekte, dus cultivé parels heeft omdat natuurlijke parels zelden voorkomen of te koop zijn. Indien een handelaar natuurlijke parels heeft dan zal hij/zij dat juist sterk benadrukken omdat voor natuurlijke parels extreem hoge prijzen betaald worden.

Aan het eind van de 19e eeuw waren er drie Japanners Nishikawa, Mise en Mikimoto die onafhankelijk van elkaar een methode ontwikkelden om parels te kweken. Eén daarvan ging met zijn gekweekte parels naar Europa, waar de gevestigde parelhandelaars hem aanklaagden wegens fraude omdat hij parels verkocht die niet echt zouden zijn. Er kwam een rechter aan te pas en de Japanner, Kokichi Mikimoto, werd in het gelijk gesteld. Daardoor staat Mikimoto in het Westen bekend als degene die als enige de methode om parels te kweken heeft ontwikkeld, wat dus niet geheel juist is. Daarbij komt dat gebleken is dat ook anderen daarvoor er al in geslaagd waren parels te kweken, onder andere de Zweedse bioloog Linné.

Om parels te kweken (te cultiveren) worden de oesters ‘geopereerd’ waarbij een bolletje (kern) van schelp of parelmoer samen met een stukje mantel van een donoroester in het lichaam van een oester wordt gestopt. Als alles goed gaat, zet de oester rond deze kern parelmoer af. Afhankelijk van de soort en de plaats kan na ongeveer twee jaar een parel worden ‘geoogst’.
Niet alle oesters maken een verkoopbare parel: van de honderd geïmplanteerde oesters zullen dertig de kern eruit gooien en sterven er tien vóór het tweede jaar. Van de zestig geoogste parels zijn er twintig onverkoopbaar (te slecht van kwaliteit) en van de rest, van lage tot hoge kwaliteit, zijn er maar een of twee van topkwaliteit ! Bij moderne kwekerijen ligt dit percentage hoger, maar niet heel veel.

Witte parels

De meeste cultivé parels zijn wit of zilverkleurig, daardoor waren dat tot een aantal jaren geleden de meest aangeboden en gevraagde kleuren. In de periode 1990-1995 heeft er echter over de hele wereld een omslag plaatsgevonden. Ten eerste werden cultivé parels weer zeer populair, maar belangrijker was dat andere kleuren en vormen in de mode raakten. Dat is één van de redenen dat er nu een zeer groot aanbod is aan cultivé parels in elke vorm en kleur en in elke prijsklasse.

Laten we de verschillende soorten cultivé parels eens belichten:

 Akoya parels (Pinctada martensii)
Doorsnede Akoya parel

Binnenkant Akoya schelp

Akoya parelsnoer

Colliers met deze cultivé parels zijn wat je zou kunnen noemen de ‘klassieke’ parelcolliers. De cultivé parels zijn bijna altijd rond en wit met een licht zilvergrijze, gele of roze tint, zelden groter dan 8 mm. De glans van goede kwaliteit Akoya’s is onovertroffen. Tot de jaren ’80 werden deze cultivé parels alleen in Japan gekweekt, later ook in China. Echter, de Chinese cultivé parels halen (nog) niet de kwaliteit van de Japanse, alhoewel de parelmoerlaag vaak wel dikker is.
De schelp is niet zo groot, hooguit 9 cm. Ook is de schelp niet zo ‘dik’, daardoor kunnen de hierin gekweekte parels niet zo groot worden.

Nog in 1967 produceerde Japan meer dan 150 ton aan gecultiveerde Akoya parels ! Op dat moment was Japan min of meer het enige cultivé parels producerende land in de wereld. Door onder andere milieuvervuiling en te intensieve kweek liep de sterfte van de Akoya oesters hoog op. Om de kans op sterfte zo laag mogelijk te houden gaven de kwekers de oesters minder dan een jaar de tijd om een parelmoer laag te vormen. Daardoor was de laag zo dun dat deze soms na korte tijd al van de kern afsprong. Gelukkig bleek in 2003 dat de laag van de meeste Japanse Akoya’s weer van een acceptabele dikte was. Maar nog steeds moet bij aankoop van cultivé Akoya parels er goed op gelet worden dat de parelmoerlaag dik genoeg is ! Door onder andere de hoge sterfte en verminderde vraag is de productie van Japanse Akoya’s nu nog maar zo’n 20 ton, in China produceert men rond de 16 ton.

Er bestaan gecultiveerde kleine Akoya parels van 4 mm diameter, maar die worden nog maar weinig gekweekt. In China kweekt men over het algemeen parels van ongeveer 6 mm tot 7,5 mm, in Japan voornamelijk van 7 tot 8 mm. Gecultiveerde Akoya’s van meer dan 8 mm zijn moeilijk te vinden en worden vrij kostbaar : Een collier van goede kwaliteit met 9 tot 10 mm diameter gecultiveerde parels kost al gauw 10 tot 12.000 Euro ! Als de diameter 10 tot 11 mm is moet er 14 tot 16.000 Euro betaald worden Ter vergelijking : een collier met gecultiveerde parels van 8 mm zal ongeveer 1500 tot 2000 Euro kosten (winkelwaarde maart 2006).

2. Zuidzee parels (Pinctada maxima)
Doorsnede Zuidzee parel

Buitenkant Zuidzee schelp

Gepolijste Zuidzee schelp (“zilverlip”)

Gepolijste Zuidzee schelp (“goudlip”)

De naam ‘Zuidzee’ parels werd door de Japanners gebruikt voor alle parels die werden gekweekt ten zuiden van Japan. In de jaren ’50, ’60 en ’70 hebben de Japanse parelproducenten en -handelaars geprobeerd parelkwekerijen op te zetten in landen ten zuiden van Japan,met variërend succes.

Wat Zuidzeeparels genoemd worden zijn eigenlijk twee varianten van dezelfde oesterfamilie, met name de ‘silver-lipped’ (zilverrrand) en de ‘gold-lipped’ (goudrand) Pinctada maxima.
De zilverzandoester wordt gebruikt aan de noordwestelijke kust van Australië, Indonesië, Filippijnen, Thailand en Myanmar (Burma). Deze oester vormt witte en zilvergrijze parels. Ze kunnen zeer groot worden, tot wel over de 30 cm in diameter. Daardoor kunnen ze ook grote parels vormen, tot maximaal 20 mm! De diameter van deze parels is gewoonlijk tussen de 9 en 14 mm. Grotere gecultiveerde parels worden met oplopende diameter steeds zeldzamer en daardoor kostbaarder. Op de edelstenenbeurs in Idar-Oberstein (Duitsland) was in 2003 een uiterst zeldzame gecultiveerde Zuidzeeparel te koop van topkwaliteit, perfect rond met een diameter van 21 mm. De groothandelsprijs: Euro 20.000 !

Goudkleurige gecultiveerde parels zijn op het ogenblik zeer populair. Ze worden gevormd in de goudrandoester die vooral voorkomt op de Filippijnen en in mindere mate in Indonesië en andere gebieden. De kleur loopt van lichtgelig (champagne) tot warm goud.
De goudrandoester is kleiner dan de zilverzandoester en kan een diameter van maximaal 25 cm hebben. Daardoor vormt de oester ook niet zulke grote parels, meestal tussen de 9 en 13 mm. Er komen relatief weinig goudkleurige gecultiveerde parels uit de Filippijnen en Indonesië op de markt: zo’n 250.000 per jaar.
Tot voor kort waren deze exclusieve gecultiveerde parels niet of nauwelijks in Nederland te krijgen, veel juweliers weten amper van het bestaan ervan. Alleen goedgeïnformeerde of topjuweliers en -goudsmeden bieden deze gecultiveerde parels aan.

Helaas worden zogenaamde goudkleurige gecultiveerde parels aangeboden die ‘geverfd’ zijn. Dit zijn gele of zeer lichtgeel gekleurde gecultiveerde parels die in Japanse laboratoria een behandeling krijgen waardoor de parels goud gekleurd worden. De behandeling is zeer moeilijk te herkennen. Het is daarom belangrijk bij aankoop van goudkleurige parels duidelijk op de aankooprekening te laten vermelden dat het onbehandelde gecultiveerde parels zijn of om een certificaat te vragen.


3. Zwarte of Tahiti-parels (Pinctada margarita)
Doorsnede Tahiti parel

In voorgaande eeuwen was al bekend dat in Polynesië zwarte parels gevonden werden. Men dook echter niet naar deze oesters voor de parels. Het ging om het parelmoer van de schelp. Dat werd door de bevolking als geld of als sieraad gebruikt. In de 18e en 19e eeuw werd bijna al het parelmoer geëxporteerd naar Europa, het meeste werd verwerkt tot boordenknoopjes. Het scheelde niet veel of de Pinctada margaritifera was uitgestorven. In 1885 werd een strenge regeling voor het opvissen ingesteld en sindsdien heeft de oesterpopulatie zich kunnen herstellen. De meeste parelkwekerijen liggen op de eilanden van Frans-Polynesië, met name de Tuamoto en Gambier Eilanden. Maar ook op de Cook Islands en andere eilanden in de Grote Oceaan zijn parelkwekerijen te vinden.
De kleur van zwarte parels (Tahiti-parels) hoeft niet per se gitzwart te zijn. Er zijn parels in allerlei kleuren: van zwarte tot lichtgrijze, donkerblauwe en een enkele keer zelfs donkergele. De meer gewaardeerde, en dus duurdere, parels hebben een ‘tweede’ kleur: ze zijn zwart met violetrood, blauw of groen. Als deze kleuren samen op een parel te zien zijn, wordt zo’n parel ‘peacock’ genoemd. Dit is de meest kostbare van alle Tahiti-parels.
De schelp kan 30 cm. groot worden en een gewicht hebben van 5 kilo ! In de natuur kan de schelp 30 jaar oud worden.


Buitenkant Tahiti schelp


Binnenkant Tahiti schelp


Gepolijste Tahiti schelp

 

4. Mexicaanse en Rode Zee-parels

Sinds een paar jaar worden er in Mexico parels gekweekt in de Golf van Cortez (Golf van Californië) bij de stad Guaymas. Wat begon in 1993 als een afstudeerproject van een paar zeebiologen is nu een volop draaiende parelkwekerij. Er worden twee verschillende schelpen gebruikt die alleen aan de oostkust van Midden Amerika voorkomt, van Zuid Californië to Peru. Dat zijn de Pinctada mazatlanica en de Pteria sterna. De parels van de Pteria sterna heeft unieke kleuren, zoals wijnrood, paars, blauw, groenig en combinaties van deze kleuren. De Pinctada mazatlanica produceert witte parels. In 2003 was de productie 26.000 parels. Dat is zeer weinig en de zeer exclusieve parels worden bijna allemaal in Mexico en de Verenigde Staten verkocht.

Een andere bijzondere parel wordt al enkele jaren gekweekt aan de kust van Soedan. De oester is familie van de ‘Zuidzee’ oester (Pinctada maxima) en de parels worden gecultiveerde Rode Zee-parels genoemd. Donkere groen- en geeltinten zijn de kleuren van de meeste parels, maar ook champagne en goudkleuren komen voor. De jaarlijkse productie van deze parels is nog minder dan die in Mexico, ongeveer 12.000 parels. Voor de echte liefhebber zijn deze unieke exemplaren uiteraard het meest begerenswaardig.

5. Keshi parels
Tahiti keshi parel

Tahiti keshi parels

De originele keshi’s zijn pareltjes van een paar millimeter groot die per ongeluk ontstaan zijn tijdens het implanteren van de kern in een Akoya oester. Het is een Japanse benaming. De keshi’s worden in de mantel van de oester gevonden. De Keshiparels bestaan uit puur parelmoer.
Ook tijdens de operatie van andere soorten oesters kunnen per ongeluk parels ontstaan. Het gebeurt ook dat de oester de ingeplante kern uitstoot of doordat het weefsel beschadigd tijdens het inbrengen van een kern. In beide gevallen wordt parelmoer afgezet en ontstaat een barokke, soms zeer vreemd gevormde parel. Meestal hebben dit soort parels een hoge glans.
Tegenwoordig is het handelsgebruik om dit soort ‘wilde’parels in andere oesters dan in de Akoya ook keshi te noemen. Eigenlijk is dit een foutief gebruik van de naam. Daar komt nog bij dat deze ‘keshi’s’ niet in de mantel gevormd worden maar in het lichaam van de oester. Door verbeterde technieken worden er nog maar weinig keshi’s gevormd. Er is echter een grote vraag naar ‘keshi’s’ van alle soorten oesters en keshi’s zijn dan ook meestal niet goedkoop.


6. Half parels
Half-parels in delen

Half-parels, groot

Half-parels in schelp

Binnenkant Zuidzee schelp met halfparels

In de juwelenhandel worden halfronde parels, ‘blister’ (eng.) of Mabe parels genoemd. Vaak zijn deze parels groot, tot wel 20 mm. of meer. Ze worden gebruikt voor oorknoppen en broches omdat ze licht van gewicht zijn.

‘Mabe’ is niet de juiste naam voor deze soort parels, het zijn half-parels. De naam Mabe komt van de Japanse naam voor de Pteria penguin, dat is de ‘large wing’of ‘black wing’oester. Deze oester produceert parelmoer met diverse kleuren (zoals de Mexicaanse Pteria sterna) en vanaf 1940 hebben de Japanners geprobeerd met deze oester parels te kweken. In het begin lukte dat niet, pas in de jaren ’60 werd er een methode gevonden om halve parels te kweken. Deze half-parels werden over de wereld bekend als ‘Mabe’s’. Pas jaren later lukte het ook om volle parels te kweken. Bijna alle Mabe’s worden in Japan verkocht, het is moeilijk om ze buiten Japan te vinden. De halfparels die nu te koop zijn worden in de Zuidzee oester (Pinctada maxima) en de Pteria penguin gekweekt in Thailand en Indonesië. Er is echter niet zo veel vraag meer naar.

Het grote voordeel van half-parels is dat ze erg groot kunnen worden (tot 20 mm) en toch licht van gewicht blijven. Dit komt omdat het parelmoer wordt opgevuld met was of plastic.
De Japanners waren niet blij dat half-parels uit andere oesters ook Mabe’s werden genoemd. Daarom werd de naam van de originele Mabe veranderd in ‘Mabegai’, dat betekend ‘Mabe schelp of -oester’.
Wat tegenwoordig wel regelmatig aangeboden wordt zijn halfparels waaromheen nog een stuk van de schelp zit, soms in allerlei vormen.

7. Zoetwater parels

De eerste ‘cultivé’ zoetwaterparels werden al in de 12e eeuw in China gekweekt. Dit waren halfparels. De techniek ging echter verloren. In de zestiger jaren van de vorige eeuw werden in het Biwameer in Japan zoetwaterparels gekweekt zonder kern en later ook met kern. In de jaren zestig en zeventig kwamen zoetwaterparels alleen maar uit het Biwameer en werden daarom ‘Biwa parels’ genoemd. Door milieuvervuiling en de toenemende bevolkingsdruk stopte de kweek daar in 1993. Tegenwoordig worden zoetwaterparels gekweekt in het Kasumigameer, deze kunnen groter en van een andere kwaliteit zijn dan de Chinese en zijn veel exclusiever en dus duurder.
Ook in de Verenigde Staten werden – in het Mississippi-gebied – jarenlang zoetwaterparels gekweekt en soms natuurlijke gevonden. De natuurlijke parels zijn meestal langwerpig of barok en zeer kostbaar. De gekweekte parels zijn in alle vormen verkrijgbaar en worden niet uitgevoerd vanwege de grote binnenlandse vraag.

Het verschil tussen zout- en zoetwaterparels is voornamelijk dat de gecultiveerde zoetwaterparels meestal geen kern heeft (dit kan in de komende jaren veranderen !). De mossel heeft in zijn lichaam in feite te weinig ruimte om een kern te plaatsen. Ook is het niet mogelijk een ronde kern in de mantel te plaatsen. Maar het is geen probleem om een stukje donormantel in de mantel te plaatsen. Het is zelfs mogelijk om 20 of meer stukjes te implanteren aan elke kant ! Hierdoor wordt de productie van parels natuurlijk wel erg goedkoop. Dat komt dan ook ten uiting in de prijsverhouding zoetwater – zoutwater parel (bij dezelfde grootte).
De cultivé parels worden geoogst twee winters en drie zomers na het inbrengen van mantel. De groei van de parel is ongeveer 2,5 mm. per jaar, dat is meer dan de gemiddelde Akoya parel.
De mossels die in Japan en China worden gebruikt bij het kweken van zoetwaterparels zijn voornamelijk de Hyriopsis cummingii (driehoekmossel) en de Christaria plicata (oriëntaalse mossel). De Hyriopsis levert parels die blauw, paars, roze of oranje zijn en allerlei tussenkleuren kunnen hebben. De Christaria produceert alleen witte parels. Het schijnt dat in China de Christaria meer gebruikt wordt omdat de mossel groot is (ong. 30 cm) en dus meer parels kan bevatten. Het is niet geheel duidelijk welke soorten gebruikt worden omdat zowel de Japanners, maar zeker de Chinezen, experimenteren met het kruisen van beide (en andere) soorten. Het schijnt dat tegenwoordig een hybride het meest gebruikt wordt. Vrijwel zeker wordt er ook geëxperimenteerd met genetische manipulatie, dat gebeurd trouwens niet alleen bij zoetwatermossels !

De groei van de mossels gaat anders dan bij zoutwater oesters.
De larven van de zoetwatermossel zetten zich voor een bepaalde tijd vast op de kieuwen van een vis. Na een paar maanden laat de larve zich vallen en zet zich dan ergens vast op de bodem.

8. Chinese kanjers
Zoetwater parels China

Zoetwater parels, geverfd

De productie van zoetwaterparels is nu voor het overgrote deel in handen van China. In de jaren ’80 overspoelde dit land de markt met spotgoedkope kettinkjes met kleine gecultiveerde zoetwaterparels, rijstparels genaamd. Deze gecultiveerde parels waren in alle kleuren verkrijgbaar, zowel in natuurlijke kleuren als geverfd.
Tegenwoordig wordt er door de Chinezen veel meer aandacht besteed aan de kwaliteit van de gecultiveerde parels, waardoor deze nu zelfs vergelijkbaar is met goede kwaliteit gecultiveerde Akoyaparels. Ook worden sommige zoetwaterparels nu gekweekt met kernen in allerlei vormen, zoals vierkanten, cirkels e.d., waardoor een reeks van grillig gevormde parels ontstaat waar de moderne juwelenontwerper alle kanten mee uit kan.
De kwekers laten de parels meerdere jaren groeien zodat er tegenwoordig ronde gecultiveerde zoetwaterparels verkrijgbaar zijn van 10-12 mm. Daarmee worden deze gecultiveerde parels een serieuze bedreiging voor de gecultiveerde Zuidzeeparels.
De zoetwatermossel die de witte parel produceert, wordt wel 30 cm lang en kan daarom meerdere implanten tegelijkertijd in zich opnemen. Ook kan hij meer dan een keer voor parelkweek gebruikt worden. Hierdoor wordt de productie van cultivé parels natuurlijk een stuk goedkoper. Doordat de meeste gecultiveerde zoetwaterparels geen kern hebben, zou je echter kunnen zeggen dat zij de natuurlijke parel het beste benaderen.
Een aantal jaren geleden was de productie van gecultiveerde zoetwaterparels in China ongeveer 950 ton !! Die enorme productie is nu (2006) teruggebracht tot maximaal 800 ton en waarschijnlijk zal het nog verder teruglopen.
Ruim 90 % van de Chinese gecultiveerde zoetwaterparels is of klein, of grillig gevormd, of niet rond, of laag van kwaliteit en heeft vaak een heel licht verfbad gehad. Deze gecultiveerde parels kosten dan in vergelijking met de gecultiveerde zoutwaterparels heel weinig of zijn ronduit spotgoedkoop. Echter, zodra de gecultiveerde zoetwaterparels bijna-rond of rond zijn en een diameter van 8 mm of meer, wordt de prijs zeer snel veel hoger ! In 2004 was er op de Juwelenbeurs van Hong Kong een aantal colliers te koop met Chinese gecultiveerde zoetwaterparels van topkwaliteit en van 14 tot 18 mm rond voor prijzen tussen de US$ 125.000 en 160.000. Toen unieke exemplaren, maar over tien jaar misschien niet meer ! De hoogste kwaliteit van de Chinese gecultiveerde zoetwaterparels wordt elk jaar beter. De beste kwaliteit gecultiveerde witte zoetwaterparels is nu gelijk aan zeer goede Akoya parels. Maar de prijs is er maar één derde van. Terwijl bij de gecultiveerde Akoya parels er goed op gelet moet worden dat de parelmoerlaag dik genoeg is bestaan de gecultiveerde zoetwaterparels uit bijna 100 % parelmoer ! Hetzelfde geldt voor de grotere gecultiveerde zoetwaterparels, er zijn nu colliers te koop met een diameter van 11 tot 12 mm rond die een hogere kwaliteit hebben dan gecultiveerde Zuiderzee parels, terwijl de prijs hooguit de helft is.

De gekleurde gecultiveerde zoetwaterparels hebben kleuren die bij geen andere parel voorkomt en zijn daardoor uniek en herkenbaar. De topkwaliteiten zijn moeilijk te vinden en worden gebruikt door topmerken, zoals Schoeffel en Tiffany. (Maar Parels-AEL heeft ze ook !).

Agaat (variëteit)

Agaat

Gepolijste doorsnede van een kunstmatig blauw gekleurde agaat

Mineraal

Chemische formule SiO2 + Al, Ca, Fe, Mn
Kleur agaten zijn altijd meerkleurig met overwegend grijze, grijsblauwe en witte tinten, witgrijs, groen, rood en zwart
Streepkleur geen
Hardheid 6-7 Mohs
Gemiddelde dichtheid 2,6 kg/dm3
Glans glasglans, mat, zijdeglans
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Breuk ruw, schelpvormig
Splijting geen

Kristaloptiek

Brekingsindices Ne 1,539-1,544, No 1,526-1,535
Dubbele breking 0,004 – 0,009
Luminescentie soms zwak tot felgeel, groenachtig, lichtblauw, wit

Overige eigenschappen

Veredeling kleuren, verhitten
Bijzondere kenmerken iriseren

Lijst van mineralen

Agaat is een grotendeels fijnkristallijne doorzichtige, maar soms ook opake variëteit van kwarts en een subvariëteit van chalcedoon. De chemische structuur van agaat is identiek aan jaspis, vuursteen, hoornkiezel en wordt vaak samen met opaal gevonden. Agaat bestaat vooral uit vervlochten kristallen kwarts en moganiet (beide kwarts maar met een andere kristalstructuur, resp. trigonaal en monoklien). Een agaat heeft vaak een parallelle bandering (of concentrische dunne lijnen).

In het algemeen zijn agaten samengesteld uit chalcedoon (een zeer fijnvezelige vorm van kwarts), soms in combinatie met één of meer grofkristallijne varianten kwarts, zoals amethist, rookkwarts, gecombineerd met carneool en/of jaspis. Ook komen de mineralen calciet (calcium-carbonaat) en celadoniet (een bleekgroen mineraal behorend tot de chloriet-groep) voor.

Karakteristiek voor agaten is de groenkleurige buitenkant, ook wel huid genoemd, rond de binnenste blaas. Die minerale huid bestaat uit één of meer silicaatmineralen, zoals celadoniet, chloriet en saponiet.

Agaten worden gevormd in gesteente waarin zich blazen, scheuren of spleten bevinden, zoals in het vulkanisch gesteente andesiet en in basalt. De in scheuren of spleten gevormde agaat wordt aderagaat of nerf-agaat genoemd. Agaten komen óók voor in sedimentgesteenten of afzettingsgesteenten en -eenmaal losgemaakt uit de matrix- als zwerfsteen.

Sommige agaten tonen een structuur alsof materiaal naar buiten is geperst, via een kanaal of een ontsnappingstuit.

Hoe exact agaten worden gevormd, dat is nog steeds een raadsel. Mogelijk ontstaan agaten door zeer dichte geleiachtig silicaat in een afgesloten kleine ruimte, onder hoge druk.

De kleurrijke, gestreepte exemplaren worden gebruikt als halfedelsteen. De naam agaat komt van het Griekse Ἀχάτης, Achatès, de naam van de huidige rivier de Dirillo in het zuiden van Sicilië, waar agaten en andere chalcedonen gevonden werden. Agaat wordt wel gebruikt om bladgoud bij boekversiering te polijsten.

Inhoud

Eigenschappen

  • Chemische samenstelling: SiO2 + Al, Ca, Fe, Mn
  • Kristalstelsel: behoort tot chalcedoonachtige kwartskristallen, trigonaal
  • Splijting: geen
  • Kleur: lichtblauw of grijs maar het kan ook groen zijn
  • Streepkleur: geen
  • Glans: glasglans, mat, zijdeglans
  • Hardheid (Mohs): 6,5 tot 7
  • Gemiddelde dichtheid: 2,65 kg/dm3
  • Transparantie: doorzichtig tot doorschijnend

Typen agaat

Agaat in de volksgeneeskunde en astrologie

Van oudsher werd agaat gedragen als gelukssteen of ter genezing. Er werden ook gebruiksartikelen van agaat gemaakt zoals knoopjes.

Er wordt een aantal geneeskrachtige werkingen aan agaat toegekend, zoals bescherming tijdens zwangerschap, tegen hoofdpijn, huidaandoeningen en evenwichtsstoornissen.

Agaat hoort volgens diverse literatuur bij de sterrenbeelden Waterman, Stier, Schorpioen en Tweelingen.

Vindplaatsen

Agaatverbindingen vormen zich als oplossing van kiezelzuur in holten in oudere rotsen. De stenen kunnen kunstmatig worden bevlekt om kleurcombinaties te verkrijgen die levendiger zijn dan die gevonden worden in de natuur. De belangrijke bronnen van agaat zijn Brazilië, Uruguay en de Verenigde Staten (Oregon, Washington en rond het Bovenmeer). Dichterbij Nederland en België wordt ook agaat gevonden in de Hunsrück in Duitsland, en in Auvernge in Frankrijk. In het grind dat door de Rijn is meegevoerd, komt ook een enkele keer agaat voor.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Camee

 

Grand Camée de France.

 

Cameo, handmade shell (Cassis madascarensis) , Modula Gioielli.

Een Camee (< Frans: camée (18e eeuw) < Italiaans: cam(m)eo (13e eeuw) < middeleeuws Latijn: cammæus) is de benaming voor een graveertechniek van edel- en halfedelstenen, waarbij de achtergrond wordt weggeslepen om de voorstelling in reliëf te doen uitkomen (d.i. het tegenovergesteld van intaglio). De term wordt echter ook gebruikt voor de “in reliëf gesneden veelkleurige steen” zelf. Een tweekleurige camee heet ook wel camaïeu. Zie ook: gem. Een zeldzamer techniek die in Saint-Nectaire (Auvergne) nog wordt toegepast is het gedurende lange tijd plaatsen van mallen in een druipsteengrot.

Cameeën worden vaak als halssieraad of in een ring vervaardigd. Een fraaie camee is gevonden in Tienen.[3] De beroemdste en grootste camee ter wereld is echter de zogenaamde Grand Camée de France die zich in het Département des monnaies, médailles et antiques de la Bibliothèque nationale de France bevindt. Een andere beroemde camee is de zogenaamde Gemma Augustea die zich in het Kunsthistorisches Museum Wien bevindt.

 

Zirkonia

 

Geslepen zirkoniasteen

Zirkonia is de kunstmatig gesynthetiseerde, kubisch kristallijne vorm van zirkonium(IV)oxide (ZrO2). Het materiaal heeft optische eigenschappen die dichter bij de kenmerken van diamant komen dan die van welk ander materiaal ook. Het is niet eenvoudig om met het menselijk oog het verschil te onderscheiden. Zirkonia is dan ook populair als imitatiediamant.

Een zirkoniasteen schittert iets minder dan een diamant. Aan de andere kant heeft dit mineraal een grotere hoeveelheid verschillende kleuren die erin fonkelen (dispersie).

Er is een verschil in hardheid en dichtheid. Zirkonia heeft een hardheid van 8,5 op de schaal van Mohs. Diamant heeft de hardheid 10. Zirkonia heeft een dichtheid (soortelijke massa) die ongeveer 75% groter is dan die van diamant.

Net als diamant kan Zirkonia geslepen worden in verschillende vormen. De steen wordt machinaal geslepen om de tolerantie te evenaren van het diamantslijpen.

 

 

 

 

 

Granaat (mineraal)

Granaat

Een aggregaat granaatkristallen

Mineraal

Chemische formule X3Y2[SiO4]3
Kleur Rood, bruinrood, violetrood, roze, groen, geelgroen, zwartbruin, zwart, kleurloos
Streepkleur Wit
Hardheid 6,5 – 7,5
Gemiddelde dichtheid 3,57 – 4,19
Glans Glasglans
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Breuk Schelpvormig, splinterig
Splijting Geen

Kristaloptiek

Kristalstelsel Kubisch
Brekingsindices Isotroop
Dubbele breking Geen, isotroop
Dispersie 0,022 – 0,057
Luminescentie Geen
Pleochroïsme Geen, isotroop
Bijzondere kenmerken Asterisme, kattenoogeffect, alexandriet-effect

Lijst van mineralen

De granaatgroep bevat mineralen met een kubisch kristalstelsel en kristallen in de vorm van rombische dodecaëders en trapezoëders. Het zijn nesosilicaten met de algemene formule A3B2(SiO4)3. Granaten kunnen de chemische elementen calcium, magnesium, aluminium, ijzer2+, ijzer3+, chroom, mangaan en titanium bevatten. Granaten laten geen splijting zien. De hardheid is 6,5 – 7,5 en granaten kunnen transparant tot opaak zijn.

De naam “granaat” is afkomstig van het Latijnse woord granatus, en refereert aan malum granatus (granaatappel) een plant met rode zaden die lijken op veel gevonden granaatkristallen.

Granaten zijn in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, en de naam suggereert, niet altijd rood, maar kunnen paars, rood, oranje, geel, groen, bruin, zwart of kleurloos zijn. In 1998 werd in Bekily, Madagaskar, voor het eerst een blauw-roze granaat gevonden. Deze variant geldt als zeer zeldzaam.

De meest voorkomende zes varianten zijn pyroop, almandien, spessartiet, grossulaar, uvaroviet en andradiet. Deze komen voor in twee vaste oplossingsreeksen:

  1. De pyralspiet-groep: pyroop-almandien-spessartiet
  2. De ugrandiet-groep: uvaroviet-grossulaar-andradiet

De granaatgroep

  • Pyralspiet-groep
    • Pyroop, van het Griekse pyropos, betekent “vuurachtig”. Het zijn robijn-rode magnesiumaluminium silicaten volgens de formule Mg3Al2(SiO4)3. Het magnesium kan deels door calcium en ijzer 2+ vervangen worden. De kleur van pyroop kan variëren van diep rood tot bijna zwart. Transparante pyropen worden als edelstenen gebruikt. Pyroop is een indicatief mineraal voor hogedrukgesteenten. De mantelgesteenten peridotiet en eclogiet, bevatten meestal een variant van pyroop.
    • Almandien, ook wel almandiet genoemd, is ook bekend onder de naam “karbonkel” (Latijn: “kleine vonk”). De naam almandien is afgeleid van Alabanda, een regio in Klein-Azië waar dit mineraal van oudsher gedolven werd. Almandien is een ijzer-aluminium granaat, Fe3Al2(SiO4)3; de dieprood tot bruinrode transparante kristallen worden vaak als edelsteen gebruikt. Almandien komt voor in metamorfe gesteenten zoals mica schisten, samen met mineralen als stauroliet, kyaniet, andalusiet en anderen.
    • Spessartiet of spessartien is een mangaan-aluminiumgranaat, Mn3Al2(SiO4)3. Het is vernoemd naar Spessart in Beieren. De grootste voorkomens worden gevonden in pegmatieten en in bepaalde laaggradige metamorfe fyllieten. Mooie oranje-gele spessartieten worden in Madagaskar gevonden. Paars-rode spessartiet komen voor in ryolieten in Colorado en Maine.
  • Ugrandiet-groep
    • Uvaroviet is een calcium-chroomgranaat met formule Ca3Cr2(SiO4)3. Het is een redelijk zeldzame granaat, helder groen van kleur, veel gevonden als kleine kristallen met chromiet in peridotieten, serpentinieten, en kimberlieten. Soms worden ze in kristallijne marmers en schisten gevonden. Het mineraal komt vooral voor in de Oeral in Rusland en Outokumpu in Finland.
    • Andradiet is een calcium-ijzergranaat, Ca3Fe2(SiO4)3, met variabele compositie en kan rood, geel, bruin, groen of zwart zijn. Andradiet wordt gevonden in diepe magmatische gesteenten zoals syeniet en in serpentinieten, schisten, en kristallijne kalksteen.
    • Grossulaar is een calcium-aluminiumgranaat (formule Ca3Al2(SiO4)3) waar calcium deels vervangen kan worden door ijzer 2+ en het aluminium door ijzer 3+. De naam is afgeleid van de botanische naam van de kruisbes, grossularia, refererend aan de groene granaat die in Siberië gevonden wordt. Ook kaneel-bruine, rode en gele varianten komen voor. Door de lagere hardheid dan zirkoon, waar de gele kristallen op lijken, worden ze ook wel hessonite genoemd, uit het Grieks, wat “inferieur” betekent. Grossulaar wordt in contact metamorfe kalkstenen gevonden met vesuvianiet, diopsiet, wollastoniet en werneriet.

Granaten komen zeer veel voor in de onderkorst en mantel en spelen zo een grote rol in het chemische begrip van de Aarde.

De granaat is een van de “negen edelstenen” in de Thaise Orde van de Negen Edelstenen.